F 	\/

wu-«MWMMWN. MW»



3. De procedure van het vervangen van de
executeur door een vereffenaar

{ Hoewel een legitimaris een executeur niet zomaar naar huis kan sturen daar hij

X

r
l

"*‘smw‘sv‘

Inleiding

In zijn uitspraak van 3 december 2013, RN 2014, 66
(ECLI:NL:GHSHE:201326616) bekrachtigde het
Gerechtshof ’s—Hertogenbosch de beschikking van de
Rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2013, waarin X
werd benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap
van mevrouw Y 0.g.v. artikel 4:204 lid 1 aanhef en sub
b BW wegens het bestaan van het gevaar dat de boedel
niet behoorlijk zou worden beheerd. Zoals uit de door
mij opgevraagde stukken blijkt, heeft de Rechtbank
Oost—Brabant 0p verzoek van een legitimaris een
vereffenaar benoemd, terwijl er nog een executeur in
functie was. Door de benoeming van een vereffenaar
eindigt de taak van de executeur van rechtswege
(artikel 4:149 lid 1 sub d BW).

Geintimeerde is legitimaris in de niet onaanzienlijke
nalatenschap van erﬂaatster. Omdat zij als schuldeiser
van de nalatenschap niet rechtstreeks een actie tegen
de executeur kan instellen (bijvoorbeeld ontslag
wegens gewichtige redenen op grond van artikel 4:149
lid 2 BW, hetgeen alleen voorbehouden is aan een
mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar
ministerie), moet zij haar hell zoeken bij de vereffeﬂ
ningsprocedure van artikel 4:204 lid 1 aanhef en sub b
BVV, 0p grond waarvan een schuldeiser ( zoals een legi-
timaris) de rechter kan verzoeken een vereffenaar te
benoemen.

De gewezen executeur gaat tegen de benoeming van
de vereffenaar in beroep.

De casus

In casu betrof het, 20 is uit de beschikking van het hof
af te leiden, een niet goed functionerende executeur.
Ge'intimeerde deed een beroep 0p haar legitieme
portie en wenste door de executeur geinformeerd te
worden om de omvang van haar legitieme portie te
kunnen bepalen (artikel 4:78 BW). De executeur, die
tevens bestuurslid was van de tot enig erfgenaam
benoemde Stichting Streekmuseum ’t Pumpke,
voldeed niet aan zijn informatieplicht jegens de
legitimaris.

10 januari — 2015

\sinds de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht slechts de positie van concur-
/ rent schuldeiser heeft, geeft artikel 4:204 lid 1 aanhef en sub b BW hem wel een
Kn mogelijkheid de rechter te verzoeken een vereffenaar te benoemen wanneer de
executeur de nalatenschap niet behoorlijk beheert en afwikkelt.

Het lijkt, maar dit ter zijde, 00k niet erg tactisch van
erﬂaatster, een bestuurder van de erfgenaam de rol van
executeur te laten bekleden daar waar 0p voorhand te
verwachten valt dat een onterfde erfgenaam een
beroep op haar legitieme portie zal doen.

Hoe dan 00k, het hof 00rdeelt dat, nu vaststaat (in
hoger beroep niet betwist) dat de executeur weigerach—
tig is informatie te verstrekken gedurende de periode
waarin hij de executele uitvoert, de rechtbank 0p
goede gronden een vereffenaar heeft benoemd. Het
hof bekrachtigt dan 00k de beschikking van de
Rechtbank Oost—Brabant. Het hof acht het met de
rechtbank wenselijk een vereffenaar aan te stellen
aangezien voor de geintimeerde als schuldeiser van de
legitieme portie het gevaar bestaat dat de afwikkeling
niet ten volle of binnen redelijke tijd zal worden
gerealiseerd en dat de nalatenschap niet behoorlijk
beheerd en afgewikkeld wordt. Hierbij zij nog aangete-
kend dat het bij de informatieverschaﬂing niet alleen
ging om de vraag uit welke vermogensbestanddelen de
nalatenschap bestond, maar 00k wat de waarde van
die vermogensbestanddelen was. Daarbij vond het hof
het irrelevant dat de legitimaris van anderen dan de
executeur informatie had verkregen of zou kunnen
verkrijgen.

Commentaar

Een aantal aspecten komt in deze hofuitspraak aan de
orde.

(\x

\ 1.) Wat kan een legitimaris doen die bang is dat zijn

Kfia'gitimaire vordering verdampt vanwege een niet
goedfunctionerende executeur?
De executeleregeling geeft de legitimaris geen positie.
In artikel 4:149 BW (einde taak executeur) komt de
legitimaris niet voor. In artikel 4:78 lid 1 BW wordt
hem het recht op informatie verstrekt, maar de
waarborg daarvoor reikt niet verder dan het opleggen
van een boedelbeschrijving onder ede door de kant0n~
rechter (artikel 4: 78 lid 2 BW). Weliswaar heeft de
legitimaris recht 0p alle informatie die hij nodig heeft
om de ornvang van 2in vordering vast te stellen (zie

Sdu Uitgevers



	T 		f0ac88b5-b427-4e34-bc82-9e1c65a50f35 	
